WINDMOLEN 2.0 | NL 2017

MOLENS IN NEDERLAND:

BAKENS IN HET LANDSCHAP

Nederland en molens: ze horen bij elkaar, al eeuwenlang. Ruim voor de Gouden Eeuw speelden molens al een belangrijke rol in de economische en landschappelijke ontwikkeling en het sociale leven van Nederland. Dat werd later anders: de industriële revolutie zette in Nederland weliswaar laat in, maar rond 1920 werden molens toch definitief naar de rand van de maatschappij verdrongen.

Molens behoren tot Nederlands meest herkenbare monumenten. Het zijn, net als kerktorens, watertorens en vuurtorens, bakens in het landschap, herkenningspunten in het silhouet van steden en dorpen. Deze eenwording van het vlakke landschap, de indrukwekkende lucht en de molen bouwwerken is vereeuwigd in de talloze schilderijen die Nederlandse meesters door eeuwen heen hebben gemaakt. Mede dankzij deze kunstenaars is Nederland het molenland bij uitstek geworden en gebleven.

Molens zijn niet alleen monumenten van techniek en economische ontwikkeling, maar ook van herinnering en nostalgie. Ze figureren overal in ons leven, van televisiecommercial tot melkkarton, van een schilderij van Johan Hendrik Weissenbruch tot de sleutelhangers in een souvenirwinkel. Dat molens hun oorspronkelijke economische belang in een proces van honderd jaar verloren, lijkt daar weinig aan af te doen. Molens worden met Nederland vereenzelvigd. Ze spelen een rol in de collectieve beleving van ons land.

Halverwege de negentiende eeuw stonden er in Nederland zo’n 10.000 molens, het hoogtepunt van het aantal molens dat in Nederland heeft gestaan. De Zaanstreek en Friesland telden de hoogste dichtheid. De molens waren onbedoeld uitgegroeid tot een beeldbepalend element. Maar toen in de eerste helft van de twintigste eeuw de industrialisatie een hoge vlucht nam, verloren molens hun vanzelfsprekende economische rol. Ze verdwenen in hoog tempo uit het landschap.

De vele spectaculaire verbeteringen van de eeuwenoude windmolen kwamen te laat. Reeds op het einde van de 17e eeuw, rond dezelfde tijd dat deze innovaties verschenen, werd de eerste korenmolen omgebouwd van windkracht naar stoomkracht – en verscheen de zwarte rook die daarmee gepaard ging. Rond 1850 vonden stoommolens steeds meer ingang en begon het belang van windmolens te tanen. Bovendien sloegen het zelfkruimechanisme, de zeilen met zelfzwichting en de ijzeren verstevigingen maar erg traag aan – in veel landen en regio’s (waaronder Nederland) werden ze zelfs nooit of nauwelijks gebruikt.

Welke beeldvormende, maatschappelijke en productieve rol kan de windmolen van de 21ste eeuw vervullen?

MOLENAANTALLEN

Het aantal molens is sinds het hoogtepunt aan het eind van de 19de eeuw, 10.000 molens sterk afgenomen. De grootste oorzaak was de ingebruikname van de stoommachine tijdens de industrialisatie. De luchten werden gevuld met zwarte rook en de molen verdween langzamerhand van de horizon. Halverwege de twintigste eeuw kende Nederland nog slechts 300 werkende molens, het bestand is inmiddels op meer dan duizend draaiende molens gebracht. Tegenwoordig staan er nog bijna 1500 traditionele molens in Nederland, waarvan zo’n 1250 Rijksmonumenten. Windturbines, op land en in zee hebben inmiddels, niet geheel onomstreden, met zo’n 2200 exemplaren hun plek in het landschap verworven.

MOLENTYPEN

Hoewel molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland de meeste variaties ontwikkeld. Van de windmolens is meer dan de helft een grondzeiler, zijn er ruim 300 stellingmolens en ruim 120 beltmolens. De grote verscheidenheid is afhankelijk van lokale bouwtraditie’s, aanwezige materialen, de omgeving, de functie van de molen en de periode waarin deze is gebouwd.

Een aantal typen molens is bekeken om grip de krijgen op de schaal van dit bouwtype en de binnengelegen ruimten. Daarnaast komt bij het ontwerpen van molen nu, in het huidige landschap, ook de vraag naar boven hoe deze molen eruit dient te zien en hoe de molen zich verhoudt tot zijn omgeving.

MOLENBIOTOOP

Hoewel molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland de meeste variaties ontwikkeld. Van de windmolens is meer dan de helft een grondzeiler, zijn er ruim 300 stellingmolens en ruim 120 beltmolens. De grote verscheidenheid is afhankelijk van lokale bouwtraditie’s, aanwezige materialen, de omgeving, de functie van de molen en de periode waarin deze is gebouwd. Gedurende de afgelopen eeuwen is de omgeving en het landschap rondom de molen sterk veranderd. Als utilitair bouwwerk waren de molens sterk verankerd in het landschap; in boomvrije polders, verbonden aan een infrastructuur over water of paden voor een efficiente transport van goederen.In loop van de twintigste eeuw zijn de molens steeds meer ingedamd geraakt. Stadsuitbreiding heeft molens omringd met woningbouw, de opkomst van de stoommachine en verdere industrialisatie heeft molens onderdeel gemaakt van industriecomplexen.

De molens die deze windbelemmeringen zijn bespaard staan inmiddels omringd door turbines in het landschap. De verankering in het landschap van de molen zoals we die kennen uit de zeventiende tot en met negentiende eeuwse schilderijen is ver van de realiteit. In het geval van het bouwen van een hedendaags model van de windmolen dient daarom ook het molenbiotoop anno nu te worden geëvalueerd. Een aantal typen molens is bekeken om grip de krijgen op de schaal van dit bouwtype en de binnengelegen ruimten. Daarnaast komt bij het ontwerpen van molen nu, in het huidige landschap, ook de vraag naar boven hoe deze molen eruit dient te zien en hoe de molen zich verhoudt tot zijn omgeving.

SAMENGESTELD MOLENTYPE

Het type molen dat onze voorkeur heeft gekregen is de samengestelde molen met een schuur, werkplaats of aangebouwde woning. Binnen deze intepretatie dient de toren voornamelijk voor het opwekken van windenergie en biedt daarnaast een aantal karakteristieke torenkamers voor verschillende activiteiten. De horizontal aanbouw kan de rest van het programma huisvesten, zoals wonen en, garage en werkplaats.

Silhouette

Het kenmerkende silhouette van de molen is een belangrijke te behouden waarde. Staand in het landschap dient het bouwwerk van ver af herkend te worden als een molen. De samengestelling van de toren en de laag bouw produceert een enkel silhouette; een samengesmolten vorm.

ONTWERP

PROJECT INFORMATION

Design: MEESVISSER

Year: 2017

Status: study

Client: undisclosed

Design team: Marijn Mees & Uda Visser

with: Boris Popma

Images: MEESVISSER

© Copyright - MEESVISSER 2015 - all rights reserved